Zonne-energie kon in augustus ongeveer 25,5% van de totale elektriciteitsvraag in Nederland dekken, blijkt uit nieuwe cijfers van Energieopwek.nl, dat wordt gecontroleerd door een consortium gevormd door Hanzehogeschool Groningen, Tennet, Gasunie en Netbeheer Nederland.

De stijging van het aandeel van zonne-energie was te wijten aan drie factoren: een hoger aantal PV-installaties dat in de loop van het jaar online ging, een dalende elektriciteitsvraag en een uitzonderlijk aantal zonuren. Volgens Energieopwek.nl registreerde het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) in augustus 289 zonuren, wat neerkomt op een gemiddelde van 205. Augustus was de op een na zonnigste maand in de geschiedenis.

Zonne-energie was in augustus de op één na grootste elektriciteitsbron, na de categorie “conventionele bronnen”, die 51,9% van de vraag dekte. De op twee na grootste bron was biomassa met een aandeel van 12,3%, gevolgd door wind op land met 5,6% en wind op zee met 4,5%. Waterkracht had een minimaal aandeel van slechts 0,1%.

Bij elkaar opgeteld behaalden hernieuwbare energiebronnen een aandeel van 48%, vergeleken met 42% in augustus 2021. Het klimaatakkoord van het land streeft naar 70% in 2030.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bereikte Nederland eind 2021 een cumulatief opgesteld PV-vermogen van 14,3 GW. Een recent rapport van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) stelde dat het land in 2050 tot 132 GW aan PV zou kunnen bereiken.