december 1, 2022

arubanieuws

WE zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Trends in energieopslag – Nederland in de schijnwerpers

Om de ambitieuze CO2-reductiedoelstellingen te halen en de afhankelijkheid van Rusland van Russische fossiele brandstoffen te minimaliseren, zet Nederland nu meer dan ooit in op de ontwikkeling van batterij-elektriciteitsopslag.

Ondanks bemoedigende signalen uit de hernieuwbare sector, wordt de inzet van hernieuwbare energie nog steeds geconfronteerd met uitdagingen (zoals netbeperkingen en langdurige vergunningsprocedures) die resulteren in lange doorlooptijden voor veel projecten op het gebied van hernieuwbare energie. Energieopslag kan een sleutelrol spelen bij het bijdragen aan oplossingen voor capaciteitstekorten op het net. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we in Nederland de belangstelling voor grootschalige batterij-energieopslagsystemen zien groeien.

Het volgende artikel geeft een overzicht van het wettelijke kader met betrekking tot batterijopslag in Nederland en gaat in op de zaken waarmee rekening moet worden gehouden bij het overwegen van investeringen in energieopslag in Nederland.

Overwegingen op het gebied van energiewetgeving en regelgeving

De Elektriciteitswet 1998 verbiedt netbeheerders (zowel regionale netbeheerders als de landelijke netbeheerder) om energieopslagfaciliteiten in bezit te hebben, te ontwikkelen, te beheren en te exploiteren. De Nederlandse toezichthouder, de Autoriteit Consument en Markt (ACM), kunnen ontheffingen verlenen als elektriciteitsopslag noodzakelijk is voor netbeheerders om hun wettelijke taken uit te voeren, maar marktpartijen onvoldoende investeren in opslagcapaciteit.

De Elektriciteitswet 1998 geeft geen definitie van elektriciteitsopslag. Als zodanig wordt de term elektriciteitsopslag meer in het algemeen gebruikt voor een combinatie van verbruik (dwz wanneer batterijen worden opgeladen) en opwekking (dwz wanneer elektriciteit uit batterijen wordt teruggeleverd aan het net). Dit gebrek aan definitie maakt het moeilijk om de specifieke kenmerken van opslagsystemen af ​​te bakenen en te reguleren. Zo maakt de dubbele kwalificatie van elektriciteitsopslag als verbruik en opwekking de huidige tariefstructuur problematisch. Op grond van de Elektriciteitswet 1998 is opwekking vrijgesteld van betaling van transportkosten, maar verbruik niet. Dit wijst op een van de belangrijkste belemmeringen voor energieopslag in Nederland, aangezien batterijen momenteel meer transportkosten betalen dan vervuilende grootverbruikers.

De ACM onderkent dit probleem, maar is van mening dat de transporttarieven in beginsel betaald dienen te worden door de partijen die het net belasten. In de traditionele context was dit de consument. Afhankelijk van het gebruik kunnen batterijen het net ontlasten of zwaarder belasten, wat volgens de ACM geen algemene vrijstelling van transportkosten voor batterijen rechtvaardigt. Verdere overweging van welke tarieven of vrijstellingen van toepassing kunnen zijn op batterijen is vereist.

READ  Jack Smith lanceert speciale raadsrol in Trump-zaken vanuit Nederland

Verder wordt de piekbelastingcomponent van het transportafhankelijk verbruikstarief momenteel nader onderzocht. Deze component vertegenwoordigt een grote kost voor elektriciteitsopslag, omdat opslagdiensten worden gekenmerkt door de behoefte aan kortetermijn hoge piekcapaciteit en de piekbelastingcomponent wordt bepaald door het hoogste gebruikte vermogen.

Op dit moment komt elektriciteitsopslag niet in aanmerking voor subsidie. Hoewel er vanuit de markt oproepen zijn om subsidies beschikbaar te stellen voor uitgestelde levering van wind- en zonnestroom, heeft de minister voor Klimaat en Energie nog geen actie ondernomen. Een positieve ontwikkeling is echter dat de dubbele belasting van batterij-energieopslagsystemen (dus op het moment van opladen en op het moment van terugleveren aan het net) per 1 januari 2022 is afgeschaft.

Als gevolg van de Nederlandse salderingsregeling (Soldeerregeling), loopt thuisaccu-opslag momenteel achter in ontwikkeling. Met deze regeling kunnen kleine elektriciteitsverbruikers (aansluiting < 3x80A) de opgewekte en geleverde elektriciteit verrekenen met hun elektriciteitsverbruik achter de meter. Dit maakt het voor partijen financieel onaantrekkelijk om te investeren in thuisbatterijopslag. De geplande geleidelijke afschaffing van de salderingsregeling, te beginnen in 2025, zal naar verwachting de opslag van thuisbatterijen op de Nederlandse markt stimuleren.

Milieu- en stedenbouwkundige overwegingen

Voor het uitvoeren van bepaalde milieubelastende activiteiten vereist de Nederlandse wet dat de ontwikkelaar een omgevingsvergunning heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opslag van ruim 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen (waaronder lithium-ion batterijcellen). Vaak moet er een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) worden uitgevoerd om te beoordelen of deze opslag milieutechnisch toelaatbaar is. Verder gelden op grond van het omgevingsrecht algemene zorgplichtbepalingen voor de omgang met kleinere hoeveelheden gevaarlijkere stoffen. Indien nodig kan maatwerkregelgeving worden opgelegd.

Hoewel de milieuregelgeving momenteel niet specifiek ingaat op de veiligheidsaspecten van batterijopslag, wordt er een nieuwe richtlijn opgesteld met betrekking tot lithium-ionbatterijen. Deze richtlijn wordt onderdeel van de Openbare Reeks Gevaarlijke Stoffen (PGS-nummer 37) die door het bevoegd gezag zal worden gebruikt bij het verlenen van milieuvergunningen en het handhaven van milieuwetgeving.

Vooruitlopend op de komst van PGS nummer 37 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een ministeriële circulaire uitgebracht met aanbevelingen voor het ontwerp en de aanleg van een energieopslagsysteem, dat door overheden kan worden gebruikt in vergunningsprocedures.

Eigendoms- en landrechtenoverwegingen

Meestal staan ​​energieopslagsystemen op percelen die eigendom zijn van andere partijen dan de ontwikkelaar. In deze gevallen is het van essentieel belang dat de ontwikkelaars de juiste landrechten verwerven en deze rechten omvatten meestal een recht op oppervlakten (zie hieronder) en hebben over het algemeen een looptijd van 20 tot 30 jaar.

READ  Duitse steden verslechteren door Nederlands arbeidsmigrantenbeleid

Naar Nederlands recht wordt de eigenaar van de betreffende grond tevens eigenaar van de op de grond gebouwde opstallen en aanhorigheden (verticale natrekking). Aangezien grootschalige energieopslagsystemen in de meeste gevallen kwalificeren als werken met een permanente fundering, die naar hun aard en ontwerp bedoeld zijn om permanent te zijn, zullen ze onderworpen zijn aan verticale toegang. Dit kan worden voorkomen door het verwerven van een recht van oppervlakten, waarmee de partij het eigendomsrecht verkrijgt over het energieopslagsysteem dat is gebouwd op grond die eigendom is van een derde partij. Het recht van oppervlakte moet worden vastgesteld bij notariële akte, gevolgd door inschrijving in de openbare registers van het kadaster. De akte beschrijft de rechtsverhouding tussen de opstalhouder en de grondeigenaar en bevat de voorwaarden die van toepassing zijn op het recht van opstal.

Een opstalrecht is naar Nederlands recht een ‘reëel recht’, dat wil zeggen dat het bindend is voor derden. Als de grondeigenaar insolvent of failliet wordt verklaard, vervalt het opstalrecht dus niet. In plaats daarvan blijft het recht bestaan ​​als op het onroerend goed beslag is gelegd of er sprake is van executie en er een hypotheekrecht op rust. Daarom biedt het ‘bankabele’ landrechten.

Het recht van oppervlakten moet worden onderscheiden van het erfpachtrecht, dat voorziet in een contractuele relatie tussen de grondeigenaar en de huurder die geen zakelijk recht vormt, maar een louter persoonlijk recht dat niet bindend is voor derden.

Overwegingen bij overheidsopdrachten

Het aanbestedingsrecht kan een belangrijke rol spelen bij energieopslagprojecten. Daarom is het raadzaam om bij het ontwikkelen van een energieopslagproject te controleren of de Aanbestedingswet van toepassing is.

Op grond van de Nederlandse Aanbestedingswet, waarin het EU-aanbestedingsrecht is geïntegreerd, zijn aanbestedende diensten (zoals Rijk, ministeries, gemeenten, provincies en waterschappen) en aanbestedende diensten (overheidsinstellingen zoals universiteiten en bedrijven in specifieke sectoren zoals waterbedrijven, energiebedrijven en openbaarvervoerbedrijven) moeten bij de inkoop van goederen of diensten een Europese aanbestedingsprocedure organiseren.

Aangezien zogenaamde speciale sectoren (dat wil zeggen sectoren die gebruik maken van een fysiek of virtueel netwerk (zoals pijpleidingen, elektriciteitsnetten, postinfrastructuur, spoorlijnen, enz.) dat wordt geëxploiteerd door partijen met bijzondere of exclusieve rechten) gekenmerkt worden door een gesloten karakter, hiervoor gelden andere aanbestedingsregels (zie deel 3 Aanbestedingswet). De toepasselijkheid van deze aanbestedingsregels is afhankelijk van overschrijding van bepaalde EU-drempels. Per 1 januari 2022 gelden de volgende EU-drempelbedragen:

  • voor werken/constructiecontracten (dwz bouw en onderhoud van batterijopslagfaciliteit): een geschatte waarde van EUR 5.382.000; en

  • voor leverings- en dienstencontracten (dwz energielevering en aanverwante diensten): een geschatte waarde van 431.000 EUR.

READ  Nederlanders zijn de langste ter wereld - maar ze krimpen, blijkt uit het onderzoek Nederland

Voor opdrachten onder de genoemde drempels is een Europese aanbestedingsprocedure niet verplicht. Bij werken/onderhanden werken boven deze drempel zijn de aanbestedende diensten en entiteiten echter gebonden aan de Regeling Aanbesteding Werken 2016. Als gevolg hiervan is het aanbestedingsrecht ook van toepassing op werken/aannemingen voor energieopslagprojecten met een geraamd waarde lager dan 5,382 miljoen EUR.

Overwegingen bij contractontwerp en aansluiting op het net

Aangezien batterij-energieopslagsystemen een breed scala aan toepassingen kunnen dienen (netniveau of klantzijde), zullen de bedrijfsstructuur en het contractuele kader van een opslagproject waarschijnlijk afhangen van de diensten die door de batterij worden geleverd. De businesscase van elk opslagsysteem is afhankelijk van de mogelijke stapeling van meerdere/beschikbare inkomstenstromen. Gemeenschappelijke inkomstenstromen zijn afgeleid van de levering van

balanceringsdiensten en van groothandelsmarkthandel op de day-ahead- of intradaymarkt. Andere inkomsten zijn voornamelijk afkomstig van portfolio-optimalisatiediensten (bijvoorbeeld door ‘peak-shaving’) voor evenwichtsverantwoordelijken en/of contracten voor het leveren van lokale netwerk(congestie)beheerdiensten aan netbeheerders. Wat dat laatste betreft, hebben de Nederlandse netbeheerders naast bilaterale contracten voor congestiemanagement een apart marktplatform voor congestiemanagement ontwikkeld: GOPACS, dat batterij-energieopslagsystemen een extra manier biedt om inkomsten te genereren. Het optimaliseren van een combinatie van deze bovengenoemde inkomstenstromen zal helpen om de financierbaarheid van een batterijopslagproject te verbeteren.

Op dit moment vinden er pilots plaats waarbij niet-vaste aansluit- en transportafspraken worden gemaakt om ongebruikte capaciteit toe te wijzen aan batterijen. In plaats van bij te dragen aan het capaciteitstekort op de netten, kunnen batterij-energieopslagsystemen hierdoor bijdragen aan een efficiënter gebruik van het net en een oplossing voor capaciteitstekort.

Sinds 2018 staat de Nederlandse wet kabelpooling (het delen van een aansluiting voor wind, zon en opslag) toe, wat ook een oplossing kan bieden voor het huidige tekort aan netcapaciteit. Om kabelpooling voor batterijopslag mogelijk te maken, is onlangs een modelovereenkomst voor kabelpooling voor wind, zon en opslag ontwikkeld.

De verwachting is dat zowel niet-vaste aansluit- en transmissieovereenkomsten als kabelpooling zullen leiden tot kostenverlagingen voor batterijopslagsystemen en op hun beurt het bedrijfsmodel voor batterijen ten goede zullen komen.