oktober 2, 2022

arubanieuws

WE zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Q&A: veiligheidsregelgeving spoorvervoer in Nederland

Veiligheidsvoorschriften

Soorten regelgeving

Hoe is de spoorveiligheid geregeld?

De veiligheid van het spoor is op meerdere niveaus geregeld. Het eerste niveau is de spoorwegmaatschappij en de Beheerder. Alle spoorwegondernemingen moeten een bedrijfsvergunning hebben. Om dit te verkrijgen is een bedrijf verplicht een veiligheidscertificaat te hebben.

De netbeheerder moet een concessie voor netbeheer hebben van het ministerie van Infrastructuur. Net als spoorwegondernemingen is Beheerder verplicht in het bezit te zijn van een veiligheidscertificaat dat aan meerdere veiligheidsnormen moet voldoen (artikel 16a Spoorwegwet, Richtlijn (EG) nr. 2016/798 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmanagementsysteem).

Ook de spoorweginfrastructuur en alle spoorvoertuigen moeten aan bepaalde veiligheidsnormen voldoen. Deze zijn uiteengezet in Richtlijnen (EU) 2016/797 en (EU) 2016/798 betreffende de veiligheid en interoperabiliteit van het spoorwegsysteem binnen de Europese Gemeenschap, en in technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI). De TSI stelt alle voorwaarden waaraan spoorinfrastructuur en spoorvoertuigen moeten voldoen en de te volgen procedure bij de beoordeling van de conformiteit. Ieder spooronderdeel dient tevens de conformiteitsbeoordeling en geschiktheidsbeoordeling voor het gebruik zoals aangegeven in de TSI te ondergaan en te beschikken over het bijbehorende certificaat (artikelen 36 t/m 47 Spoorwegwet en de bijbehorende uitvoeringsregelingen).

Na verschillende overwegongevallen en daarmee samenhangende dodelijke slachtoffers, is de veiligheid van niet actief beveiligde spoorwegovergangen een hot issue. Een wijziging van de Spoorwegwet ter vergroting van de veiligheid bij onbeveiligde overwegen is in voorbereiding (TK 2022, 29893, nr. 257). Het voorstel beoogt een ministeriële aanwijzingsbevoegdheid te regelen waarmee maatregelen kunnen worden genomen voor onbeveiligde overwegen. Het amendement laat op zich wachten.

Tot slot moet het spoorpersoneel met een functie gerelateerd aan de spoorveiligheid, zoals de machinist en de rangeerder, een opleiding volgen en fysieke en psychologische tests afleggen (artikelen 49 tot en met 53 Spoorwegwet en de uitvoeringsregeling daarvan).

bevoegde instantie

Welke instantie is verantwoordelijk voor het reguleren van de veiligheid op het spoor?

De Verkeersinspectie (de Inspectie) bewaakt en stimuleert de naleving van zowel de nationale als de Europese spoorwet- en regelgeving ten behoeve van veilig en duurzaam spoorvervoer. Haar taken, zowel preventief als reactief, zijn gebaseerd op de artikelen 55 en 56 van Richtlijn 2012/34/EU. Het toezicht door de Inspectie moet voldoen aan de normen die zijn vastgelegd in de Spoorwegwet en onder meer Richtlijn 2016/798/EU en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie.

READ  Voetbal-Nederland-coach Van Gaal verwacht weer test tegen Montenegro Mighty 790 KFGO

Voor voertuigen wordt de rol van het Europees Spoorwegbureau vergroot om de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen efficiënter en onpartijdiger te maken. Daarom krijgt het Europees Spoorwegbureau een centrale rol toebedeeld. Indien het werkgebied beperkt is tot één lidstaat, heeft de betrokken spoorwegonderneming nu de mogelijkheid om te kiezen of zij haar aanvraag voor een uniek veiligheidscertificaat wil indienen bij de (nationale) inspectie of bij het Agentschap. Richtlijn (EU) 2016/798 moet hierin voorzien en de eisen zijn uitgewerkt in Verordening (EU) 2016/796.

Productievoorschriften

Welke veiligheidsvoorschriften gelden voor de fabricage van spoormaterieel?

De fabricage van spoorwegmaterieel is in detail geregeld in Richtlijn 2016/798/EU betreffende spoorwegveiligheid, Richtlijn 2016/797/EU betreffende de interoperabiliteit van spoorwegsystemen en in verschillende TSI’s. Elk subsysteem dat onder de TSI valt, moet worden gecontroleerd en gecertificeerd door een gespecialiseerde aangemelde instantie voordat het kan worden gebruikt voor de (verdere) constructie van spoorwegmaterieel. De fabrikant bevestigt met een EG-keuringsverklaring dat het voertuig voldoet aan de specificaties. Daarna moet het spoorvoertuig (als geheel) een vergunning hebben van het Europees Spoorwegbureau of van de nationale veiligheidsinstantie (de inspectie). In de artikelen 26k t/m 26t van de Spoorwegwet en de Regeling beoordeling spoorvoertuigen 2020 zijn deze opgenomen reglement in de wetten van Nederland.

Onderhoudsregels

Welke regels regelen het onderhoud van (spoor)infrastructuur?

Het onderhoud van de spoorweginfrastructuur wordt geregeld door EU-richtlijnen en door TSI’s. De regels zijn over het algemeen dezelfde als voor de constructie van spoorvoertuigen.

Welke specifieke regels regelen het onderhoud van spoorwegmaterieel?

Volgens artikel 36, eerste lid van de Spoorwegwet en artikel 14 van Richtlijn 2016/798/EU moet elk spoorvoertuig een geregistreerde onderhoudsdienst (ECM) hebben. De ECM moet gecertificeerd zijn voor onderhoud door de Inspectie. Om dit certificaat te verkrijgen, moet de ECM beschikken over een aantal kwalificaties die zijn vastgelegd in Richtlijn 2016/789, die zijn omgezet in de Nederlandse wet (artikel 37 Spoorwegwet). De ECM moet ervoor zorgen dat het voertuig zich in een veilige staat bevindt en wordt onderhouden in overeenstemming met internationale normen. In Verordening (EU) nr. 1078/2012 is een gemeenschappelijke veiligheidsmethode vastgesteld voor monitoring, die door de ECM moet worden toegepast. Het is verboden onderhoud te laten verrichten door andere personen dan natuurlijke personen of rechtspersonen die door de minister zijn erkend (artikel 37 lid 1 Spoorwegwet).

READ  In Nederland is het direct koken van krabben verboden

Ongevallenonderzoeken

Welke systemen en procedures zijn er voor het onderzoek naar spoorwegongevallen?

Een spoorwegonderneming die betrokken is bij een ongeval moet alle spoorwegincidenten en ongevallen onverwijld melden aan de Inspectie. In veel gevallen zal de Inspectie een onderzoek starten en de uitkomst publiceren in een openbaar rapport. Indien zij dit nodig acht, zal zij handhavend optreden. Naast de Inspectie kan de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek doen naar spoorwegongevallen. Het fungeert dan als onderzoeksinstituut zoals bepaald in Richtlijn 2016/798/EU. Bij onderzoek naar ongevallen ligt altijd de nadruk op veiligheid om herhaling te voorkomen.

aansprakelijkheid bij ongevallen

Zijn er speciale regels over de aansprakelijkheid van spoorvervoerders voor spoorongevallen of geldt het gewone aansprakelijkheidsregime?

In het algemeen is het aansprakelijkheidskader van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Spoorwegondernemingen moeten verzekerd zijn voor aansprakelijkheid met een wettelijk minimum van € 10 miljoen per gebeurtenis (artikel 55 Spoorwegwet juncto artikel 7 van het Besluit Bedrijfsvergunning en ontheffingen op het Veiligheidscertificaat). Aansprakelijkheid jegens treinreizigers is beperkt (artikel 8:85 van het Burgerlijk Wetboek).

Beheerder dient met iedere Spoorwegonderneming een toegangsovereenkomst te sluiten. De voorwaarden van Beheerder zijn aan deze overeenkomst gehecht en bevatten enkele aansprakelijkheidsclausules. Deze clausules regelen niet alleen de relatie tussen de infrastructuurbeheerder en de contracterende spoorwegonderneming, maar ook de aansprakelijkheid tussen spoorwegondernemingen onderling (derdenclausule). Het regelt dat een Spoorwegonderneming die een toegangsovereenkomst heeft met de Beheerder niet alleen jegens haar contractpartner (de Beheerder) maar ook jegens de andere Spoorwegondernemingen die een toegangsovereenkomst afgesloten met de netbeheerder.

Voor het gebruik van wagons is er een meer specifiek contract, de General Contract of Use for Wagons (GCU). Dit is een multilateraal contract op basis van de Overeenkomst voor internationaal vervoer per spoor (COTIF), bijlage D bij COTIF (Uniforme regels betreffende overeenkomsten voor het gebruik van voertuigen in het internationale treinverkeer (CUV)). De AGV stelt de voorwaarden voor het ter beschikking stellen van wagons voor gebruik als vervoermiddel door spoorwegondernemingen in nationaal en internationaal verkeer. Spoorwegondernemingen zijn niet verplicht deel te nemen. Sinds de start in 2006 is de GCU uitgegroeid tot een netwerk van meer dan 600 ondertekenaars met zo’n 600.000 wagons aangegeven in de GCU-database. De meeste spoorgoederenvervoerders in Nederland zijn GCU-ondertekenaars. De GCU heeft een eigen aansprakelijkheidsregime met clausules voor verlies en beschadiging van wagons en schade veroorzaakt door wagons. Het regelt ook de aansprakelijkheid van personeel en andere personen.

READ  De nieuwste opvouwbare telefoons van Samsung zijn een groot succes in Nederland

In 2019 oordeelde de Rechtbank Rotterdam dat een spoorwegonderneming niet aansprakelijk was voor schade aan wagons onder het GCU-regime, omdat zij de wagon niet ‘gebruik en beheer’ had – de spoorwegonderneming nam de wagon niet in ontvangst, maar, integendeel, weigerde de bewaring en het gebruik, omdat de wagen al voor gebruik ernstig beschadigd was.

Ook werd de aansprakelijkheid afgewezen in een zaak waarin de goederenvervoerder op het moment van het spoorwegongeval geen voogdij over de wagon had. Daarom kon zij niet worden aangemerkt als een spoorwegonderneming die gezag had, en het toezicht is een voorwaarde voor aansprakelijkheid in het regime van de GCU.