december 7, 2021

arubanieuws

WE zijn de toonaangevende aanbieder van kwalitatief Nederlands nieuws in het Engels voor een internationaal publiek.

Belastingplan Nederland 2022

Het Nederlandse belastingplan voor 2022 bevat een aantal wetsvoorstellen. Veel meer juridische voorstellen zijn in behandeling of zijn al goedgekeurd. De meeste wetsvoorstellen hebben een ingangsdatum van 1 januari 2022. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste en meest significante wijzigingen.

Vennootschapsbelasting

Belastingtarief

Het huidige belastingtarief is 15 procent voor winsten tot 245.000 en 25 procent voor winsten boven 245.000. Voorgesteld wordt om de minimumschijf per 1 januari 2022 te verlengen van € 245.000 naar € 395.000 en het maximale belastingtarief te verhogen van 25 procent naar 25,8 procent.

Het belastingverlies zal doorgaan

Momenteel kunnen fiscale verliezen worden voorgeschoten voor een bepaalde periode van zes jaar en worden teruggenomen voor een jaar. Tot 1 januari 2022 kunnen fiscale verliezen onbeperkt worden overgedragen. Het gebruik van verlies in een jaar zal echter minder zijn. Belastbare winsten tot € 1 miljoen kunnen volledig worden verrekend met fiscale verliezen van vorig jaar, terwijl hogere belastbare winsten slechts tot 50 procent kunnen worden verminderd.

De regel van verdienen is verwijdering

Op basis van de zogenaamde inkomensverwijderingsregel worden netto leenkosten (min rentebaten minus rentebaten) slechts tot 30 procent van het inkomen vóór rente, belastingen, afschrijvingen en afschrijvingen afgetrokken. Voorgesteld wordt om de aftrekbare rente op grond van de Inkomstenverwijderingsregel te verlagen van 30 procent naar 20 procent per 1 januari 2022.

Transferprijs komt niet overeen

Als de betreffende bedrijven voorwaarden accepteren die niet marktconform zijn, kan de prijs naar boven of naar beneden worden bijgesteld tot marktconforme prijzen. Als het Nederlandse bedrijf bijvoorbeeld had kunnen bewijzen dat de zakelijke rente € 100 had moeten zijn in plaats van de afgesproken 50, had het nu € 100 kunnen aftrekken. Indien het corresponderende bedrijf in de andere staat de gelijkwaardige aanpassing niet doet, ontstaat er een aftrek zonder bijtelling, hetgeen onwenselijk wordt geacht.

Voorgesteld om neerwaartse prijswijzigingen af ​​te wijzen (D.w.z. Hoge kosten in Nederland of prijswijzigingen leidend tot lager rendement) Als er geen overeenkomstige opwaartse bijstelling is op het niveau van het Nederlandse bedrijf of Nederlandse filiaal per 1 januari 2022 in de andere staat. Een neerwaartse bijstelling wordt echter geaccepteerd als het Nederlandse bedrijf of filiaal dit aantoont:

  1. De niet-burgerlijke partij wordt beschouwd als belastingvrij binnen de staatsburgerschapsjurisdictie, terwijl de niet-burgergerelateerde partij als niet-transparant wordt beschouwd volgens de Nederlandse belastingwetgeving; En
  2. Alle deelnemers aan de niet-ingezeten organisatie zullen worden beschouwd als de begunstigde eigenaar van de opbrengst van de basistransactie volgens hun woonstaat en de daaraan verbonden aanpassing zal in aanmerking worden genomen en dienovereenkomstig worden belast.
READ  Nederland v Brazilië en Rusland v Tsjetsjenië in de halve finales van Ostrava

ATAD2 – Nederlandse omgekeerde hybride bedrijven

The Dutch Reverse Hybrid Company is een bedrijf dat in Nederland als transparant wordt beschouwd en onderworpen is aan de belastingwetten van het staatsburgerschap van zijn buitenlandse bedrijven. Volgens het wetsvoorstel is een Nederlandse vennootschap, die volgens de Nederlandse belastingwetgeving als transparant wordt beschouwd, onderworpen aan de Nederlandse vennootschapsbelasting als zij ten minste 50 procent van de stemrechten, kapitaalbelangen of dividenden bezit. Jurisdictie om de omgekeerde hybride als niet-transparant te kwalificeren. Dit geldt ook voor de Nederlandse dividendfavoriete belastingwet (Dividendbelastingwet 1965) En de Wet op de bronbelasting 2021 (Favoriete Belastingwet 2021), met als gevolg dat de Dutch Rivers Hybrid de favoriete agent voor deze lijnen wordt.

Op het niveau van de Nederlandse vennootschap mag de Nederlandse belastingterugname echter niet plaatsvinden voor dat deel van de winst van de vennootschap dat toekomt aan de deelnemer in een jurisdictie die de Nederlandse vennootschap kwalificeert als fiscaal transparant (en dus niet van toepassing).

Dividend favoriete belasting voor Nederlandse staatsbedrijven

Op 22 november 2018 heeft het Europese Hof van Justitie in de Franse Sofina-zaak (C-575/17) geoordeeld dat het Franse belastingstelsel Franse dividenden int van verliesgevende buitenlandse bedrijven, terwijl Franse dividenden niet worden belast (of zullen worden later geheven) op Franse verliesgevende bedrijven.Het is in strijd met de EU-wetgeving, met name voor de vrijheid van kapitaalverkeer.

Op grond van de Nederlandse belastingwetgeving konden Nederlandse bedrijven Nederlandse dividendbelasting verrekenen met de vennootschapsbelasting. Als er geen geconsolideerde inkomstenbelasting wordt betaald, kan de tegoedendividendbelasting worden teruggevorderd. Aangezien Nederlandse bedrijven niet onderworpen zijn aan inkomstenbelasting, kunnen buitenlandse bedrijven niet profiteren van dit systeem als ze verlies lijden.

De Nederlandse regering is van mening dat het hierboven beschreven Nederlandse systeem mogelijk in strijd is met het EU-recht. Daarom wordt voorgesteld om de toepassing van de Nederlandse dividendbelastingvermindering per 1 januari 2022 te beperken tot de achterstand in de vennootschapsbelasting. Het overschot kan onbeperkt worden overgedragen. Deze correctie had een negatief effect op beleggingen in minder Nederlandse aandelen dan bedrijven die Nederlandse fiscale verliezen veroorzaakten.

5 procent of, indien niet vrijgesteld, 5 procent of meer aan aandeelhouders.

Nederlandse bronlijnen

Bronbelasting op rente en royalty’s

Vanaf 1 januari 2021 is de bronbelasting ingevoerd over de betaling van rente en royalty’s aan de betrokken partijen in de lagere of niet-coöperatieve jurisdicties. Het belastingtarief over de Nederlandse bronbelasting is gelijk aan het hogere Nederlandse vennootschapsbelastingtarief, dat momenteel 25 procent bedraagt. Vanaf volgend jaar wordt het tarief 25,8 procent.

READ  Nederland won voor de derde keer de Jumping Nations Cup

Deze referentiebelasting is ook van toepassing op vergoedingen betaald door de Nederlandse Vaste Maatschappij (PE). Nederlands vastgoed bestaat niet in de huidige definitie van PE. Daarom wordt voorgesteld om de PE-definitie per 1 januari 2022 te wijzigen om de belastingrechten uit te breiden.

Daarnaast verduidelijkt het Tweede Amendement dat buitenlandse hybride vennootschappen niet onderworpen zijn aan de Nederlandse bronbelasting als zij kunnen aantonen dat de deelnemers zelf of via een groep deelnemers geen meerderheidsbelang in de buitenlandse hybride vennootschap hebben. Aanbevolen wordt om deze wijziging op 1 januari 2021 in werking te laten treden.

Bronbelasting op dividenden

Het wetsvoorstel om een ​​bronbelasting in te voeren op dividenden voor winstpartijen die woonachtig zijn in de lagere belastingrechtsgebieden of niet-coöperatieve jurisdicties is aangenomen en treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Het belastingtarief is gelijk aan het hoge Nederlandse vennootschapsbelastingtarief, dat momenteel 25 procent bedraagt.

Deze basisheffing wordt geheven bovenop de bestaande Nederlandse dividendbelasting (huidig ​​tarief 15 procent). Exclusief dividendbelasting moet het dividend worden betaald binnen 30 dagen na de uitkering van dividenden en de jaarlijks geheven hoofdbelasting. Op de bronbelasting wordt 15% dividendbelasting geheven om dubbele belastingheffing te voorkomen.

belastingcontracten

Nederland zal bij een belastingverdrag niet in staat zijn zijn oorspronkelijke belastingheffing door te voeren. Nederland heeft bilaterale belastingverdragen met Bahrein, Barbados, Panama en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), die als laagbelastende of niet-coöperatieve rechtsgebieden worden beschouwd. Deze belastingverdragen zijn echter onder de Multilaterale Tool (MLI) gebracht en hebben of zullen dus een formele primaire objectieve toetsing tegen misbruik hebben of krijgen. Nederland kan zijn oorspronkelijke belastingheffing afdwingen in geval van misbruik. MLI heeft de bilaterale belastingovereenkomst tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten al gewijzigd en zal de belastingovereenkomst met Panama op 1 januari 2022 wijzigen. Het is op dit moment niet bekend wat hij gaat doen na het verlaten van de post. En Bahrein/Barbados.

Dividendbelasting op niet-uitgekeerde winsten en tegoeden

Op 10 juli 2021 werd een belasting van 15 procent op niet bekendgemaakte winsten en reserves aan Nederlandse staatsbedrijven ingevoerd, in gevallen zoals grensoverschrijdende overdrachten / fusies / splitsingen / vermogensoverdrachten vanuit Nederland:

  1. Rechtsgebied waarover geen met de Nederlandse dividendbelasting vergelijkbare dividendbelasting bestaat; Of
  2. Bevoegdheid om een ​​niet-belastbare hiërarchie toe te kennen voor in Nederland opgebouwde winsten en reserves.
READ  Veel berichten over de glamoureuze, gigantische Aziatische hoornaar in Nederland dit jaar

Als zodanig wordt de Nederlandse vennootschap geacht al haar winsten, vermeende reserves en niet-waargenomen reserves aan haar aandeelhouders te hebben uitgekeerd.

De wetgever stelt voor om de wijziging uiterlijk in juli 2020 om 12.00 uur in werking te laten treden. Dat wil zeggen, er werd besloten het te schrappen omdat niet duidelijk was hoeveel amendementen en wanneer het wetgevingsvoorstel zou worden aanvaard. Het effect van terugtrekken uit het voorstel. Het omgekeerde effect werd echter opnieuw ingevoerd. In het wetsvoorstel staat dat de wijziging teruggaat vanaf 15 november 2021 om 15.00 uur.

Persoonlijke inkomensbelasting

Portefeuillevermogen voor een persoon die op de Nederlandse lijn woont (D.w.z. Box 3 Vermogen) worden niet belast over het werkelijke inkomen, maar over het denkbeeldige inkomen. 1,898% voor netto box 3 activa tot 50.001, 4,501% voor netto box 3 activa tussen € 50.001 en € 950.001 en 5,69% voor netto box 3 activa boven € 1950. Voor opslag zijn deze opbrengsten over het algemeen niet haalbaar. Tegen deze denkbeeldige opbrengst lopen momenteel verschillende rechtszaken.

Het leidende principe achter denkbeeldige rendementen is om het gemiddelde potentiële rendement op netto box 3-activa te benaderen zonder op de lange termijn significante risico’s te nemen. De Hoge Raad oordeelde dat het nettovermogen over 2013 en 2014 (gebruikte denkbeeldige opbrengsten van 4%) het eigendomsrecht op organisatieniveau schond omdat deze opbrengsten niet bestonden. Het is mogelijk zonder grote risico’s te nemen. Dit betreft vooral de opslag. De Hoge Raad oordeelde echter ook dat het aan de Nederlandse wetgever was om de kwestie op te lossen, aangezien box 3-regel niet gemakkelijk zou worden geaccepteerd omdat alle inkomsten (inclusief lonen maar beperkt, inkomen uit pensioenuitkeringen en substantiële uitkeringen) tenzij dit ertoe leidt tot een individuele overbelasting.

In het licht hiervan onderzoekt de Nederlandse overheid momenteel manieren om gepercipieerde opbrengsten per box 3-vermogen te belasten in plaats van imaginaire opbrengsten.

VAT

Een one-stop-shop systeem voor e-commerce

Het one-stop-shopsysteem wordt vereenvoudigd. Met ingang van 1 juli 2021 is het, nadat er al een negatief btw-inkomen is ingediend, niet meer nodig om een ​​apart verzoek om teruggaaf van btw in te dienen.